Hondenherplaatsing

  

Hondenherplaatsing : verloren lopen

De gouden regel is : NOOIT je hond roepen.

In de natuur leert een wilde hond zijn roedel te zoeken en terug te vinden. Welpjes worden niet geroepen. Men laat een welp die de roedel niet volgt in paniek raken en zelf de anderen zoeken. De eigenaar moet dit aanleren aan zijn hond. Gedraag je daarvoor als een hond. Honden communiceren bijna niet met klanken, wel met lichaamsbewegingen.  

Breng de hond in een gecontroleerde situatie waar hij jou verliest en in paniek raakt. Hou hem van ver in het oog en leer hem jou zoeken.     

Je hond moet zelfstandig een leerproces doormaken om naar jou te speuren. Zo kan hij zelf rustig blijven en zal later niet verloren lopen.  

Laat de hond een halsband dragen met een penning waarin je gsm nummer gegraveerd is. En vergeet je gsm niet.  

Neem een half pond mee van een mengeling van stukjes rauw stoofvlees, kattensnoepjes, kaasblokjes, worst, … iets waar je hond verzot op is en enkel krijgt als beloning. Het is best een beetje gezouten.  

Ga naar een afgemaakte hondenwei die hij niet kent. Roep hem niet ! Als hij naar je komt, beloon je met een stukje. Verstop je en doe hetzelfde. Vergroot de tijd en de afstand. Je kan dit op verschillende weien doen.  

Rij dan naar een bos dat hij niet kent. Neem enkele uren vrij, neem een lunch mee en leesmateriaal. Het kan de eerste weken lang duren voor de hond terugkeert. De moeilijkste rassen zijn jagers en terriërs. In het begin komt een jager niet terug tenzij hij erg moe begint te worden. Het duurt dus lang. Zijn opwinding blijft hem gaande houden. De natuur lokt, hij vergeet alles en hij kan dit niet zo maar opgeven.  

Parkeer op een veilige plaats na het bos ingereden te zijn, niet op een parking. Hij zal rond de auto lopen wanneer hij je zoekt. Op Antwerpen-Linkeroever is het Galgenweel daar uitstekend voor. Als je van Antwerpen uit de Kennedytunnel komt, neem je rechtsaf, de Blancefloerlaan op. Je ziet de eerste lichten juist voor de Sporthal. Daar rij je rechts het gras op en het zandwegje en ten einde parkeer je.  

Schuif onder de ruitenwisser een papier met de tekst : “De hond die hier eventueel bij de auto ligt is niet verloren. Hij loopt graag alleen en wacht hier op zijn baasje.” Ik heb al teveel goedbedoelde telefoontjes gekregen.   

Maak van de autostaanplaats een aangename plek voor hem. Laat je hond aan de lijn rond je auto zijn behoefte en plasjes doen. Geef geregeld snoepjes. Leg snoepjes op de bumpers van je auto. Laat hem die vinden en opeten. Vergroot de cirkel en maak nadien een grote wandeling aan de lijn. Kom terug naar de auto, vertrek weer terug, leg dezelfde weg af en laat hem dan los.

Mijn asielhondje Luc-ske dat ik op 12-jarige leeftijd adopteerde had nooit los gelopen. Hij verdween als een pijl uit een boog. Ik zag hem gedurende een uur niet meer terug. Hij was gek op konijnen en verdween steeds in de pijpen. Maar konijnen zijn nooit ver van hun pijp en zullen niet zomaar naar een autoweg lopen.

Na een maand komt Luc-ske bij het loslopen al af en toe in mijn buurt en verdwijnt dan terug. Als ik in de auto ga wachten duurt het al minder lang tot hij terugkomt. In het begin was het een uur, nu ben ik geraakt op een kwartier.

Dit hondje zou zeer ongelukkig zijn indien hij steeds aan de lijn zou moeten lopen.  Dus leer je hond speuren, neem genoeg tijd en wees geduldig